|
|
| |
| Jos Stam -
Biografie |
Joseph
Maria Stam werd op 2 november 1926 als jongste van drie broers
in Amsterdam geboren. Door de vroege dood van haar man was zijn
moeder genoodzaakt buitenshuis te gaan werken en werden de jongens
voor een deel opgevoed door hun grootouders, die kwamen inwonen.
Als Amsterdams straatschoffie combineerde Jos kattenkwaad met
opmerkelijk goede schoolprestaties en behaalde hij zelfs op
zeer jongen leeftijd zijn middelbare schooldiploma.
Jos was veel bezig met tekenen en schilderen en hoopte daar
na zijn schooltijd meer mee te kunnen doen. De heersende oorlogsomstandigheden
deden hem echter besluiten eerst zijn onderwijzersdiploma te
behalen. In deze periode ontmoette hij zijn toekomstige vrouw
Cocky van den Berg.
Na enige tijd als onderwijzer te hebben gewerkt, werd Jos in
1947 als dienstplichtig soldaat naar Nederlands-Indië gestuurd.
Tijdens deze drie dienstjaren, die een blijvende indruk zouden
achterlaten, besteedde hij zoveel mogelijk tijd aan tekenen
en schilderen.
Na zijn terugkeer naar Nederland ging Jos studeren aan de Rijksnormaalschool
voor Beeldende Kunst, de latere Rietveld Academie. Hij sloot
deze opleiding cum laude af, vond werk als tekenleraar aan de
pedagogische academie in Beverwijk en vestigde zich met zijn
gezin in het nabijgelegen Heemskerk.
In 1961 won Jos de prestigieuze Henriëtte Roland Holstprijs
voor grafiek, waarna hij voor de moeilijke keuze kwam te staan
zich volledig als kunstenaar te profileren of het kunstenaarschap
te blijven combineren met zijn baan als tekenleraar. Hij koos
voor het laatste, omdat hij 'het onzekere kunstenaarsbestaan'
geen goede basis vond voor een gelukkig gezinsleven en het was
juist zijn gezin, dat inmiddels vier kinderen telde, dat voor
hem op de eerste plaats kwam. Het gevolg was een dubbele baan:
een goede tekenleraar met aandacht voor de individuele leerling
en een gepassioneerd kunstenaar die potlood en penseel nodig
had om te leven.
Tentoonstellingen van zijn werk werden enthousiast ontvangen
en ook als tekenleraar werd Jos alom geprezen, maar aan het
eind van de jaren zeventig eiste het perfectionisme zijn tol:
na twee hartaanvallen moest hij om gezondheidsredenen afscheid
nemen van zijn baan aan de pedagogische academie. Hoewel Jos
zijn gezondheid in acht moest nemen, vond hij wel de artistieke
vrijheid waarnaar hij zijn hele leven had verlangd en ging hij
volledig op in het kunstenaarschap. Zijn werk werd kleurrijker
en de keuze van onderwerpen rijker geschakeerd. Zijn gezondheid
stabiliseerde zich en in bijna onvoorstelbaar tempo vervaardigde
hij aquarellen, olieverfschilderijen, linoleumsneden, etsen
en tekeningen. Er volgden steeds meer portret- en landschapsopdrachten
en nieuwe succesvolle tentoonstellingen.
Een definitieve doorbraak leek zich aan te kondigen toen op
20 maart 1985 het noodlot toesloeg en een hartstilstand een
einde maakte aan het korte maar rijke leven van deze veelzijdige
kunstenaar. |
| |
|
| |
|