|
|
| |
| Peter Hiep
- Biografie |
"Ik heb respect
voor stenen. Je staat er haast niet bij stil maar een steen
heeft er soms miljoenen jaren over gedaan om te worden zoals
hij is. De beelden die ik er van maak moeten iets moois worden.
Ze zijn een soort tegenprestatie. Het is een kwestie van respect
voor het materiaal."
Peter Hiep (Kerkrade 1947) produceert sinds 1987 beelden in
diverse steensoorten zoals marmer en albast.
"Ik houd van 'ronde lijnen' en 'ronde hoeken'. Een beetje
zoals Art Deco of sommige 'hoekhuizen' in Amsterdam. Die ronde
vormen komen terug in een vrouwenlichaam" vertelt Hiep
in zijn huiskamer vol beelden en schilderijen van eigen hand.
"De meeste van mijn werken zijn ook vrouwentorso's."
Maar hij heeft naast vloeiende lijnen nog een kenmerk. Zijn
werken hebben een hoge aaibaarheidsfactor. Ieder beeld is met
veel liefde en doorzettingsvermogen gepolijst en nodigt uit
tot aanraken.
Ook het 'glanzen' van een steensoort is voor Hiep heel belangrijk.
"Het polijsten op zich is bijna een soort meditatieve bezigheid.
Je bent heel geconcentreerd bezig en denkt maar aan één
ding. Het geeft bevrediging als alles helemaal goed is. Als
er geen deukjes meer zijn.
Ik hak voor mijn plezier. Ik hoef er niet van te leven. Ik heb
ook geen drang om beroemd te worden. Ik ben gaan beeldhouwen
omdat ik iets concreets wilde. Beeldhouwen was daarvoor uitermate
geschikt. Ik gaf dramalessen op school, maar iedere keer als
de bel ging bedacht ik me dat daarmee ook mijn werk weg was.
Maar stenen blijven. Die kun je ook later nog aanraken. Dat
is heel bevredigend."
Hij houdt van nieuwe dingen. Iedere steen kan zijn nieuwsgierigheid
prikkelen. "Elke steensoort heeft weer zijn eigenaardigheden.
Bij Belgisch hardsteen ruik je soms echt nog oergeuren. Daar
sta je niet bij stil dat steen ook kan ruiken. Maar er kan ook
een fossiel in je steen zitten of een bepaald soort patroon
waarmee je rekening kunt houden."
Om te verduidelijken wat hij bedoelt loopt hij naar een beeld
van Noir de Mazy. Diepzwart glimmend steen en uiteraard hoog
gepolijst. Het is een vrouwentorso met op de plaats van het
hoofd nog onbewerkte steen. "Zo lijkt het net of ze wat
uittrekt. Ik zou graag willen dat al mijn werk nog een stuk
rots bevatte," zegt hij. "Zo kan je nog zien hoe de
oorspronkelijke rots eruit zag en wat je dus tot een mooi glad
oppervlak hebt gemaakt."
Over zijn werkwijze zegt Hiep:"Ik vind eerst een steen
en daarna pas een vorm. Een steensoort als Franse kalksteen
bijvoorbeeld is eigenlijk vreselijk saai en vereist dus een
leuke vorm. Maar steen kan zélf aandacht vragen vanwege
de kleur of de manier waarop het glanst. Het beeld ontstaat
als je het ziet. Dat speciale, een vorm, een patroon in een
steen moet je zoeken en dat kan soms heel lang duren." |
| |
|
| |
|